Sinds 1998 krijgen chronisch zieke personen een jaarlijks forfait om de bijkomende verzorgingskosten te dragen.
Om als chronisch ziek te worden erkend, moet de patiënt:
- in een staat van ‘afhankelijkheid’ verkeren als gevolg van de ziekte;
- en belangrijke kosten hebben.
Voorwaarden
- De patiënt betaalde tijdens het lopende én het voorafgaande jaar minstens 450 euro aan remgeld (minstens 365 euro voor mensen met een RVV-statuut). Alleen de remgelden van de chronisch zieke zelf komen in aanmerking, niet die van personen ten laste.
- De patiënt bevindt zich tijdens het lopende jaar in een staat van ‘afhankelijkheid’. Dat betekent dat hij:
- het akkoord kreeg van de adviserend geneesheer voor een kinebehandeling voor een ernstige aandoening (lijst E) of voor verpleging (forfait B en C);
- OF dikwijls of langdurig in het ziekenhuis verbleef;
- OF recht heeft op een speciale uitkering.
Hoe dient u een aanvraag in?
Het ziekenfonds stort het forfait automatisch aan chronisch zieken die aan de twee voorwaarden voldoen.
Bedrag
Het bedrag varieert naargelang de ‘afhankelijkheid’. Het wordt uitbetaald tegen 100, 150 of 200%:
- Betaling tegen 100% - 279,69 euro (bedrag op 1 januari 2011) voor wie:
- zes maanden lang een kinesitherapeutische behandeling kreeg voor een pathologie uit lijst E;
- kinderbijslag krijgt voor een gehandicapt kind;
- het voorafgaande jaar minstens 120 dagen of zes keer (los van de duur) in het ziekenhuis werd opgenomen.
- Betaling tegen 150% - 419,54 euro (bedrag op 1 januari 2011) voor wie:
- een toelage krijgt voor bejaarden of personen met een handicap;
- een tussenkomst krijgt voor hulp door derden.
- Betaling tegen 200 % - 559,37 euro (bedrag op 1 januari 2011) voor wie:
- al minstens drie maanden een forfait B of C ontvangt voor verpleging.
Deze tussenkomst maakt deel uit van de verplichte verzekering.