Moederschapsverlof, prenatale en postnatale rust, … Allemaal termen die aanduiden dat u recht hebt op verlof voor en na de geboorte van uw kind. In totaal zijn het vijftien weken die het ziekenfonds betaalt. Er zijn verschillende formules mogelijk.

De moederschapsverlof duurt in totaal vijftien weken, met twee periodes.
Die valt voor de bevalling. Ze kan zes weken duren, met een minimum van een week. U bent dus verplicht om uw beroepsactiviteiten minstens een week voor de vermoedelijke bevallingsdatum te beëindigen. Bevalt u toch voor die datum? Dan hebt u geen recht op de ‘verloren’ dagen.
Een voorbeeld: de vermoedelijke bevallingsdatum is vrijdag 23 augustus. Dan is uw laatste werkdag 16 augustus. Maar u bevalt al op 20 augustus. Uw verplichte prenatale moederschapsrverlof telt dan maar drie dagen (zaterdag, zondag en maandag) in plaats van zeven dagen. U bent vier dagen kwijt.
Die volgt na de bevalling en duurt minimaal negen, en maximaal veertien weken.
Pas op! Werkdagen, feestdagen, vakantie en korte werkloosheid tijdens de periode van zes weken vóór de daadwerkelijke bevallingsdatum, worden overgedragen naar de periode van verplichte postnatale rust.
Bereken zelf uw moederschapsrust via onze applicatie
Bevalt u van een meerling? Dan duurt de moederschapsverlof negentien weken:
Bij meerlingen kunt u de moederschapsverlof niet vóór de achtste week voor de vermoedelijke bevallingsdatum beginnen. U bent wel verplicht om uw beroepsactiviteiten ten laatste één week vóór de vermoedelijke bevallingsdatum te stoppen.
Moet uw baby langer dan de eerste zeven dagen na de geboorte in het ziekenhuis blijven? Dan kan de moeder vragen om de duur van de moederschapsverlof te verlengen met een periode die overeenstemt met de duur van de opname, te rekenen vanaf de achtste dag na de geboorte.
Deze verlenging mag de 24 weken niet overschrijden en mag niet worden onderbroken.
Wat doet u bij verlenging?
De prenatale rust duurt verplicht zes weken (acht bij een meerling) vóór de vermoedelijke bevallingsdatum. De postnatale rust eindigt negen weken (elf bij een meerling) na de geboorte.
Een voorbeeld: u liet zelf uw prenatale rust ingaan op 10, maart omdat de arts de vermoedelijke bevallingsdatum had vastgelegd op 21 april. U bevalt op 28 april. Uw postnatale rust wordt dan verlengd met een week, en eindigt op 29 juni.
De periodes van de prenatale rust en de postnatale rust worden herberekend in functie van de werkelijke bevallingsdatum (wanneer die verschilt van de vermoedelijke bevallingsdatum).