Een overlijden is altijd tragisch. Naast het verdriet is er ook de stress van het papierwerk,
Als iemand niet in een ziekenhuis, maar thuis of op een andere plaats overlijdt, moet u er een arts bij roepen. Hij stelt het overlijden officieel vast en vult een overlijdensattest in. Overlijdt de persoon op weg naar, of in het ziekenhuis? Dan zorgt dat ziekenhuis hiervoor.
Neem contact op met een begrafenisondernemer. Hij organiseert de begrafenis en helpt u bij al de administratieve stappen. U bent natuurlijk niet verplicht om met een begrafenisondernemer te werken, maar het is wel een hele hulp.
Ga naar de burgerlijke stand van uw gemeente. Meestal doet de begrafenisondernemer dat voor u. Het overlijden wordt aangegeven in de gemeente of stad waar de persoon overlijdt. Het gaat daarom niet noodzakelijk om de plaats van zijn domicilie.
De persoon die het overlijden aangeeft, moet een aantal documenten voorleggen: het overlijdensattest, de identiteitskaart envan de overledene, en de zijne of die van de aangever. Eventueel ook de crematieaanvraag.
De ambtenaar van de burgerlijke stand controleert of er een laatste wilsbeschikking (*) bestaat. Hij gaat ook na of de persoon uitdrukkelijk zijn toelating registreerde om zijn organen af te staan aan de geneeskunde (of daartegen verzet aantekende). Hij onderzoekt ook of de overledene eventueel de toelating gaf om zijn volledige lichaam aan de wetenschap te schenken.
Daarna stelt de ambtenaar de overlijdensakte op. U krijgt daarvan een aantal uittreksels.
De bank: elke financiĆ«le instelling is wettelijk verplicht om aan de belastingdiensten de rekeningsaldo’s mee te delen. Ze moet ook melden wat er eventueel in een kluis ligt en of de overledene schulden heeft. Pas daarna mag de bank de wettelijke erfgenamen toegang geven tot de tegoeden.
In de praktijk blokkeert de bank alle rekeningen en bezittingen tijdelijk om een inventaris op te stellen. Vaak deblokkeert de bank een beperkte som om de laatste medische uitgaven en de begrafeniskosten te betalen.
Het ziekenfonds stort 148,74 euro aan de persoon die de rekening van de begrafenisondernemer betaalde. Voorwaarden:
de overledene was een loontrekkende, werkloze of gepensioneerde (met een rustpensioen als loontrekkende) of
het ziekenfonds erkende hem als arbeidsongeschikt.
Zelfstandigen kunnen geen aanspraak maken op een overlijdensvergoeding, zelfs niet als ze als arbeidsongeschikt werden erkend. Werkte de overledene voor een overheidsdienst? Dan betaalt die een uitkering die overeenkomt met een maand salaris. Of de bevoegde diensten betalen een (begrensd) maandpensioen uit.
Het ziekenfonds sluit het dossier van de overledene, of past het aan in functie van de erfgenamen. Een weduwe/weduwnaar kan eventueel een verhoogde tussenkomst krijgen waardoor zij/hij onder meer van hogere terugbetalingen kan genieten.
Om die verhoogde uitkering (vroeger: WIGWe) te kunnen krijgen, mogen de inkomsten een bepaalde drempel niet overschrijden. Het ziekenfonds doet de berekeningen op basis van de inkomsten die de weduwe/weduwnaar onder eed aangeeft. Genoot de persoon die ten laste van de overledene valt al van een verhoogde uitkering? Dan behoudt hij automatisch dat recht tot aan het einde van het tweede trimester na het overlijden. Daarna volgt een nieuwe berekening van alle inkomsten.